Kungfu-master (column)
Leestijd: 3 min.

Kungfu-master (column)

Guus gebruikte zijn oosterse vechttechnieken om twee grote, brede, stoere gasten helemaal in elkaar te meppen. In zijn dromen.

5 mei was het Bevrijdingsdag en daarom was er ook een klein festivalletje gaande in het Hunnerpark in Nijmegen. Samen met een goede vriend van me heb ik daar een beetje over koetjes en kalfjes geluld, biertjes gedronken en muziek geluisterd. Na een kleine drie uur vonden we het welletjes en vertrokken we richting zijn huis om de eerder gekochte pizza’s in de oven te mikken. Onderweg kwamen we langs een pinautomaat waar die maat van mij graag nog even tien euro uit wilde trekken. We sloten aan in de rij en wachtten geduldig.

Terwijl we daar stonden, zag ik ineens twee gasten aan komen lopen. Sorry, maar die lui waren zo stereotype ‘stoer’ dat ik het niet kon laten in mijn semi-aangeschoten toestand daar een opmerking over te maken naar die maat van me. Kei sarcastisch zei ik ‘Gast, er komen echt twee zwaar stoere gasten aangelopen’. Voordat hij om kon kijken stonden ze al voor ons. Ja, vóór ons, want ze hadden besloten dat zij niet hoefden te wachten in de rij voor de pinautomaat. Mijn bloed begon te koken en de alcohol begon allerlei scheldwoorden te schreeuwen in mijn hoofd, maar ik wist dat ik me gedeisd moest houden. Zij waren misschien wel een flink aantal jaren jonger dan ik, maar wel twee keer zo groot en breed. En o ja, ook twee keer zo stoer..

In mijn hoofd vloog een wervelstorm aan opmerkingen woest rond. Na tien seconden sprak ik heel opmerkzaam: “Hé, kennelijk hoef je helemaal niet te wachten hier”. De jongen wist natuurlijk meteen dat ik het over hem had en reageerde met “ik heb schijt”. Daarna riep hij nog ‘In Sha Allah’, wat ik later heb opgezocht en iets in de trant van ‘Gods wil’ betekent. Ik vond het redelijk onnodig spirituele krachten te raadplegen bij aardse zaken zoals wachten bij een pinautomaat. Maar goed, wie ben ik om te oordelen.

Uiteindelijk liep het tot niks uit en vertrok de jongen met zijn matties. Wat er daarna gebeurde, vind ik altijd zo heerlijk. Namelijk je fantasie loslaten op wat je het liefst met zulke gasten zou willen doen. Onder het genot van een biertje, een pizza en minimaal twee keer de slappe lach hebben we die gasten in onze fantasie helemaal kort en klein gemaakt als een kungfu master. Toen na een tijdje ons bloed niet meer kookte, we er om hadden gelachen en de pizza in onze maag zat, zeiden we vervolgens tegen elkaar : “Ach joh, die lui lopen nog wel een keer tegen de lamp aan, hopelijk een hele harde”.

Guus Gelsing is eerstejaars Culturele Maatschappelijke Vorming. Hij schrijft elke week een column op deze website.